Oogbedrieger

2 februari 2026

De foto die u hierboven ziet heb ik genomen in zaal 9 van museum Thijnhof. Daar is op dit moment werk van Mattijs Rijnboutt te zien. Bij de opening van de tentoonstelling sprak ik de volgende woorden:

Beste reizigers,

Welkom bij de opening van de allereerste tentoonstelling in een geheel vernieuwde zaal 9 in het vertrouwde museum Thijnhof. Een zaal die voortaan in het teken zal staan van de 9e kunst. Ik ben Herman Roozen, ik ben stripmaker en dus beoefenaar van die 9e kunst: het beeldverhaal.

Het beeldverhaal is al sinds mensenheugenis een populaire manier van vertellen. Dat begint bij grottekeningen, en loopt dan via het tapijt van Bayeux en centsprenten naar Olivier B. Bommel. En nu in de 21e eeuw mag het beeldverhaal zich in een hernieuwde belangstelling verheugen – tot aan academisch aan toe – omdat we steeds meer in een beeldcultuur leven. Museum Thijnhof heeft die ontwikkeling feilloos aangevoeld en daarom ruimte ingeruimd voor het beeldverhaal, en mij gevraagd of ik curator wilde worden. Ik heb natuurlijk meteen “ja” gezegd, want het beeldverhaal kom je overal tegen, maar nog niet zo veel in musea. Dat mag wel veranderen en daar verander ik graag aan mee. Rest mij de schone taak om zaal 9 minstens 2 keer per jaar te vullen met werk dat past in een museum voor realistische en surrealistische kunst. Maar: hoe te beginnen?

Ik zit hele dagen achter mijn bureau naar een leeg vel papier te staren. Maar af en toe ben ik ergens in het land bij een congres om daar te reageren op de inhoud aan de hand van cartoons die ik daar ter plekke verzin en teken. En er komt na afloop altijd wel een deelnemer naar me toe – een bankier of zo – die dan zegt: “Ik heb altijd striptekenaar willen worden.” Meestal antwoord ik dan heel snedig met: “En ik heb altijd bankier willen worden. Maar ja, die bonussen vond ik wat tegenvallen.”

Ik was nog maar net curator geworden toen ik in theater Dillewijn in Ankeveen – wie kent het niet – cartoons mocht tekenen. Ik liep de foyer in met de gedachte: “Wat zou nou geschikt zijn voor museum Thijnhof?” en toen stond ik opeens oog in oog met het werk van Mattijs Rijnboutt. En ik dacht meteen: “Nou, dit dus!” En als u het straks ziet, dan zult u dat beamen.

De volgende dag nam ik contact op met Mattijs, en in een mum van tijd waren we er uit. Hij mag zometeen het licht aandoen in de allereerste tentoonstelling in een geheel vernieuwde zaal 9 in het vertrouwde museum Thijnhof.

En wat ik nog wel het allermooiste vind: Mattijs is architect, maar heeft altijd striptekenaar willen worden.

Daarna mocht hij zelf het licht aan doen in de zaal.

Zelf was ik ook reiziger. Eerst mocht ik naar Oldenzaal, waar leerlingen me vroegen of ik ook Trump kon tekenen. Daarna mocht ik naar Lichtenvoorde, waar ik dat maar meteen geprobeerd heb in een cartoon.

Deel dit bericht

Oogbedrieger

2 februari 2026

De foto die u hierboven ziet heb ik genomen in zaal 9 van museum Thijnhof. Daar is op dit moment werk van Mattijs Rijnboutt te zien. Bij de opening van de tentoonstelling sprak ik de volgende woorden:

Beste reizigers,

Welkom bij de opening van de allereerste tentoonstelling in een geheel vernieuwde zaal 9 in het vertrouwde museum Thijnhof. Een zaal die voortaan in het teken zal staan van de 9e kunst. Ik ben Herman Roozen, ik ben stripmaker en dus beoefenaar van die 9e kunst: het beeldverhaal.

Het beeldverhaal is al sinds mensenheugenis een populaire manier van vertellen. Dat begint bij grottekeningen, en loopt dan via het tapijt van Bayeux en centsprenten naar Olivier B. Bommel. En nu in de 21e eeuw mag het beeldverhaal zich in een hernieuwde belangstelling verheugen – tot aan academisch aan toe – omdat we steeds meer in een beeldcultuur leven. Museum Thijnhof heeft die ontwikkeling feilloos aangevoeld en daarom ruimte ingeruimd voor het beeldverhaal, en mij gevraagd of ik curator wilde worden. Ik heb natuurlijk meteen “ja” gezegd, want het beeldverhaal kom je overal tegen, maar nog niet zo veel in musea. Dat mag wel veranderen en daar verander ik graag aan mee. Rest mij de schone taak om zaal 9 minstens 2 keer per jaar te vullen met werk dat past in een museum voor realistische en surrealistische kunst. Maar: hoe te beginnen?

Ik zit hele dagen achter mijn bureau naar een leeg vel papier te staren. Maar af en toe ben ik ergens in het land bij een congres om daar te reageren op de inhoud aan de hand van cartoons die ik daar ter plekke verzin en teken. En er komt na afloop altijd wel een deelnemer naar me toe – een bankier of zo – die dan zegt: “Ik heb altijd striptekenaar willen worden.” Meestal antwoord ik dan heel snedig met: “En ik heb altijd bankier willen worden. Maar ja, die bonussen vond ik wat tegenvallen.”

Ik was nog maar net curator geworden toen ik in theater Dillewijn in Ankeveen – wie kent het niet – cartoons mocht tekenen. Ik liep de foyer in met de gedachte: “Wat zou nou geschikt zijn voor museum Thijnhof?” en toen stond ik opeens oog in oog met het werk van Mattijs Rijnboutt. En ik dacht meteen: “Nou, dit dus!” En als u het straks ziet, dan zult u dat beamen.

De volgende dag nam ik contact op met Mattijs, en in een mum van tijd waren we er uit. Hij mag zometeen het licht aandoen in de allereerste tentoonstelling in een geheel vernieuwde zaal 9 in het vertrouwde museum Thijnhof.

En wat ik nog wel het allermooiste vind: Mattijs is architect, maar heeft altijd striptekenaar willen worden.

Daarna mocht hij zelf het licht aan doen in de zaal.

Zelf was ik ook reiziger. Eerst mocht ik naar Oldenzaal, waar leerlingen me vroegen of ik ook Trump kon tekenen. Daarna mocht ik naar Lichtenvoorde, waar ik dat maar meteen geprobeerd heb in een cartoon.